Wat ik was
Meg Rosoff

Hilary, het hoofdpersonage waarvan we de naam pas aan het einde van het boek te weten komen, is een onopvallende, achteloze, zestienjarige jongen. Hij lijdt dagelijks onder de verwachtingen van zijn omgeving en druk die de maatschappij hem opleggen. Na het verlaten van twee kostscholen omwille van tuchtproblemen, wordt hij naar St. Oswald, een kostschool in East Anglia, gebracht waar zijn kleurloze bestaan verdergaat tot de dag dat zijn leven een plotse wending krijgt. Tijdens een van de gymlessen ontdekt hij een geheimzinnige vissershut aan de kust. Deze vissershut behoort tot Finn; de goddelijke, mysterieuze verschijning die Hilary's levensverhaal voor goed verandert. Finn is Hilary's tegenpool, hij is een zwijgzaam iemand die voor de wet niet bestaat en een vredig, zelfstandig leven leidt in de kleine hut die hij erfde van zijn grootmoeder. Finn wordt Hilary's fantasie die Hilary met niemand wil delen. Hilary's wekelijkse bezoekjes aan Finn gaan daarnaast ook niet zonder gevolgen en het nemen van grote risico's, maar niets houdt Hilary tegen om zijn verlangen naar Finn te vervullen. Hij wil al zijn tijd met hem doorbrengen, hem doorgronden en al zijn geheimen ontdekken. Maar het liefst van al wil hij in Finn opgaan, samenvloeien tot één persoon... hem zijn.
Het verhaal speelt zich af in het jaar 1962 in St. Oswald, East Anglia.
Aan het begin van het boek wordt meteen duidelijk dat de verteller de 100-jarige protagonist is die vertelt over het jaar dat hij 16 was en de liefde ontdekte. Toch worden we als lezer aan onze eigen invulling van de term 'liefde' overgelaten doordat deze omschrijving van liefde enkel tussen de regels door en weinig tot bijna niet expliciet beschreven wordt. Het gaat vooral over een voorzichtige, fragiele liefde die zich schuilhoudt onder de vorm van een raadselachtige, maar oprechte vriendschap. De antagonist symboliseert de vrijheid, de tijd en de onafhankelijkheid, iets waar de protagonist sterk naar verlangt. Na de ontmoeting tussen de twee personages leeft de protagonist in een droom, een jongensdroom zoals hij het zelf beschrijft, die hem van zijn dagelijkse realiteit laat ontsnappen.
Ondanks de geheimzinnige maar sterke band die de twee personages door het verhaal heen opbouwen, weten ze bijna niets over elkaar wat na verloop van tijd voor een figuurlijke en letterlijk afstand zorgt tussen de twee. Onze verbeelding als lezer wordt continue gevoed door de stilte tussen de twee personages en de interpretatie van die stilte van de protagonist.
Het is dan ook vooral het gebrek aan antwoorden waar de protagonist zo naar snakt die de leidraad vormt doorheen het boek. Hoe groter de fysieke en psychologische ruimte tussen de twee personages wordt, hoe groter de begeerte en de risico's die de protagonist neemt om het water over te steken en zijn droom verder te zetten.
Hij is duidelijk op zoek naar zingeving en naar een antwoord op de vraag wie en wat hij is en wil zijn. Tijdens de zoektocht naar zijn eigen identiteit vertoont hij heel wat gelijkenissen met de persoon die hij het hardst begeerde maar die uiteindelijk niet was wie hij dacht te zijn.

Ik ben in de ban van de poëtische, beeldende en sfeervolle schrijfstijl van Meg Rosoff. De woorden die ze kiest zijn zorgvuldig gekozen waardoor ze erin slaagt de emoties en gevoelens die de protagonist voelt heel genuanceerd over te brengen. Ook ben ik overdonderd over de manier waarop de protagonist pagina na pagina subtiel verandert in een warmhartig, empathisch persoon wat een groot contrast vormt tegenover hoe we hem aan het begin van het verhaal leerde kennen. Ondanks dat het verhaal pas aan het einde in een stroomversnelling terecht komt, zorgt het gebrek aan informatie over de antagonist en de opbouw van een open vriendschap die ontstaat tussen twee totaal verschillende persoonlijkheden, voor een onbeschrijfelijke spanning doorheen het boek. Hierdoor blijf je als lezer geboeid tot het einde waar je plots bij de keel gegrepen wordt door het onverwachte plot. 'Wat ik was' vertelt een kwetsbaar maar oprecht verhaal over een onbevangen verliefdheid en een ware vriendschap en over het verlangen naar de zoete vrijheid en de bittere maar leerrijke volwassenheid. Het beschrijft wondermooi het kostbare van tijd en hoe confronterend maar weergaloos de zoektocht naar jezelf kan zijn. Een pracht van een Bildungsroman die het genre eer aandoet.
"Finn daarentegen bezat niets. Alleen een romantisch verleden, een wisselend heden en geen toekomst, en voor elk daarvan had ik mijn ziel willen verkopen." p.91
"Maar 's nachts was het een ander verhaal. Daar, in het donker, weerhield niets me ervan om in gedachten terug te keren naar de plek waar ik gelukkig was. In mijn dromen had ik geen leugens nodig. Mijn verbeelding toverde Finns zilte geur van houtrook tevoorschijn, die alle afstand tussen ons overbrugde." p. 135