Servais, S. (2018). Het blauwe chalet. Dupuis.


Deze graphic novel is naar mijn gevoel een uniek exemplaar in de stripwereld en heeft mij zowel inhoudelijk als beeldend enorm kunnen boeien en vooral kunnen charmeren. In dit prachtige magisch-realistische initiatieverhaal waarin mythologische verhalen, mystieke werelden en de kracht van de natuur een bepalende rol spelen, verbindt Servais woord en beeld op een sublieme virtuoze wijze. Zo hanteert hij in deze strip een authentieke, semi-realistische illustratiestijl waarin hij oog heeft voor detail, ruimte en kleur en wat ik zou beschrijven als warm, dromerig en sfeervol.

Naast dat deze strip qua beeldtaal enorm rijk en aantrekkelijk is door de manier waarop Servais beeldend prachtig de schoonheid van de natuur en de vergankelijkheid van het leven weergeeft, is het narratologisch ook erg meeslepend en betoverend door de wijze waarop hij de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van een jonge vrouw op het ritme van de jaargetijden beschrijft.

Voor de pagina-analyse uit de graphic novel koos ik deze pagina (p.59), omdat ik dit een interessant geheel vond waar er beeldend veel verteld werd. Om te beginnen kiest Servais ervoor om af te wisselen in de beeldgroottes wat voor een dynamische bladvulling zorgt. Daarnaast vult hij elk plaatje zorgvuldig en doordacht in waardoor de afwisselende beeldgroottes alles behalve impulsief lijken. Maar de dynamiek in de bladvulling wordt niet enkel door de afwisseling in beeldgrootte bereikt, ook komt dit door de manier waarop Servais speelt met ruimte en compositie en hij letterlijk out of the box wil gaan tijdens het illustreren.

Zo vind ik het eerste plaatje al meteen enorm sterk doordat Servais het blauwe chalet links in de bovenhoek plaatst en in de rechterbovenhoek een vliegende uil tekent wiens vleugels buiten het frame komen. Door de vleugels niet binnen het kader te houden, lijkt het of de uil uit het plaatje vliegt waardoor Servais op boeiende wijze met de ruimtelijkheid  speelt en het eerste plaatje een sterke gelaagdheid geeft. 

In het tweede plaatje heeft Servais opnieuw veel oog voor de dimensionaliteit door enorm goed de regel van derden te volgen en het beeld daarnaast nog krachtiger te maken door in het beeldvlak een diagonale compositie te creëren. Een belangrijk element in dit beeldvlak is Roos en de trap. Om te beginnen bevindt het lichaam van Roos, die door haar rechtopzittende houding een hoek van bijna 90° vormt, zich op een van de snijpunten van het denkbeeldige raster als je het beeld zou opdelen in 3 horizontale en verticale delen. Daarnaast vormt de arm waarop Roos steunt het verlengde van de onzichtbare, diagonale lijn die begint uit de rechteronderhoek, wat als diagonaal de balans van de regel van drie doorbreekt. Maar dit effect wordt langs de linkerkant van het beeld, nog eens gecreëerd door de trap die diagonaal vanuit de linkerbovenhoek komt. Bovendien vormt het bovenlichaam van Roos, die evenwijdig loopt met de diagonale lijnen van de trap, opnieuw voor een extra interessant aandachtspunt in de compositie.
En naast de doordachte beeldcompositie, creëert Servais nog meer diepte door het licht-donkercontrastdoor dat ontstaat door het felle licht dat van buiten naar binnen schijnt. Daarbij interpreteer ik het witte licht waarin Roos baadt ook als een figuurlijke verlichting dat Roos ervaart wanneer ze beseft dat ze verlangt naar haar grote liefde in de andere wereld en ze vast zit tussen twee werelden.

Ook vind ik het derde, middelste en grootste kader enorm veelzijdig en boeiend. Zo geeft Servais 3 scènes weer binnen één frame. Wat ik goed vond gedaan, was dat het beeld van de mijmerende Roos aan de linkerkant van het kader, waarin Servais rekening houdt met de breathing space, vaag overloopt in de scène met de boom die zich afspeelt aan de rechterkant van het kader. Door de grens tussen beide beelden wazig af te beelden, maakt Servais duidelijk dat Roos diep in gedachten verzonken is en zich op dat moment ver weg in een andere wereld, die van haar herinneringen, begeeft. Daarnaast zijn de twee kleinere kaders aan de rechterkant waarin we Johanto in de top van de eikenboom zien en Roos die als klein meisje de godenbloem van haar vader aanneemt, wel duidelijk ingekaderd wat voor een beeld in een beeld zorgt. Door de inkadering worden we als lezer attent gemaakt dat het een verhaal in een verhaal is en de beelden van de herinnering slechts als extra info deel uitmaken van het hoofdverhaal. Ook in deze afbeelding vind ik de symboliek enorm aanwezig. Zo staat de heilige eikenboom, als vicieuze levenscirkel, in het midden van het beeldkader en ook in het midden van de twee werelden waar Roos deel vanuit maakt. Ze staat met haar ene been in de wereld waarin ze als jonge vrouw eigen keuzes wil maken en met haar andere been in de wereld waarin ze als klein meisje werd opgevangen en beschermd door haar vader. 

Vervolgens heeft ook het vierde frame een interessante vorm en een opvallend perspectief. Zo kijken we vanuit een subjectief standpunt vanop afstand naar een 'gemoedelijke' scène waarin we Roos en haar ouders aan tafel zien zitten. Wat ik net zo boeiend vind aan dit frame, is dat Servais het gezin als onderwerp in het midden van het beeld plaatst en zo in tegenstrijd gaat met de gezonde spanning gecreëerd kan worden door het beeld te plaatsen op de vier raakpunten van de negen gelijk verdeelde vlakken. Toch blijft het gezin als onderwerp mijn aandacht trekken en komt dit naar mijn gevoel vooral door het kikvorsstandpunt van waaruit we waarnemen. Als ik mijn interpretatievermogen de vrije loop laat en de intentie van Servais achter de bewuste afstand tussen het onderwerp en de waarnemer probeer te achterhalen, kan ik enkel zeggen dat de fysieke afstand kan duiden op de emotionele afstand tussen Roos en haar ouders die telkens maar groter wordt. Toch denk ik dat dit wel eens een intentionele vergissing zou kunnen zijn en dat het plaatje eigenlijk voornamelijk dient als, om het in filmische taal te benoemen een establishing shot, om ons vooral attent te maken op een scèneverandering en ons als lezer ruimtelijk te laten oriënteren.

Het vijfde plaatje bevat een interessante reverse shot waarin het standpunt van waaruit we kijken, dat opnieuw subjectief is, 180° is gedraaid en we nu niet de rug van Johanto en Alice waarnemen maar wel hun gezicht. Daarnaast kijken we vanuit een over-the-shoulder shot van achter Roos wat in mijn ogen vooral bedoeld is om de dynamische relatie tussen haar en haar ouders weer te geven. Wat opvallend is, is dat Servais in tegenstelling tot de vorige shot, ook kiest voor een vogelperspectief doordat hij het perspectief van bovenuit heeft getekend. 

Bovendien vind ik het zesde en laatste plaatje op deze pagina een enorm waardevolle en symbolische aanvulling. Servais kiest ervoor om Roos ditmaal vanop een afstand weer te geven en haar opnieuw met haar rug naar ons als waarnemer te laten staan. Staat deze houding symbool voor de figuurlijke rug die zij keert naar haar ouders door haar  innerlijke tweestrijd en de blik die zij werpt op een toekomst in de andere wereld? Daarnaast vind ik ook dat Servais in dit plaatje, net zoals in de vorige plaatjes en eigenlijk in heel de strip, oog heeft voor ruimtelijk inzicht. Zo creëert hij, door vanuit verschillende standpunten het onderwerp in beeld te brengen, een dynamisch geheel waarin diepte en ruimtelijkheid sterk naar voren komen. Ook worden deze zaken nog eens versterkt door enerzijds de kleuren en anderzijds de juiste lichtinval. 

Om af te sluiten wil ik nog even dieper ingaan op het kleurgebruik. Zo kiest Servais voor een mooi, realistisch kleurenpalet waarin hij ook vaak oog heeft voor de symbolische betekenis van kleuren. Doorheen de strip komen er enorm veel shakeringen en tinten van groenige kleuren aan bod omdat het grootste deel van het verhaal zich afspeelt in de natuur. Maar ook de verandering van de seizoenen geeft hij naast zijn prachtige illustraties ook heel goed weer in zijn kleurgebruik. Op vlak van kleur koos ik net een pagina uit om te bespreken die naar mijn mening iets minder interessant is. Zo komen er op deze pagina voornamelijk bruintinten door het hout van de hut. Toch denk ik dat ook op deze pagina een voorbeeld is van symbolisch kleurgebruik wat te zien is in Roos haar tenue in het laatste kader. Servais gaf Roos een wit kledingstuk wat in mijn ogen wijst op haar onschuld, zuiverheid en maagdelijkheid die haar meer en meer dwars komen te zitten door haar vrijheidsdrang. 


© 2022 literatuurblog van Jitte. Alle rechten voorbehouden.
Mogelijk gemaakt door Webnode
Maak een gratis website. Deze website werd gemaakt met Webnode. Maak jouw eigen website vandaag nog gratis! Begin