La Superba
Ilja Leonard Pfeijffer

" Het was het witte uur na het middagmaal, de blanke pagina waarop hooguit iets met potlood wordt gekriebeld in geheimschrift, iets om onmiddellijk weer uit te gummen zodra de rolluiken omhoog worden getrokken en het leven opnieuw zwart op wit een aanvang neemt met bonnetjes, bestellingen en bezwaarschriften. "

La Superba is meer dan een overweldigende autofictionele stadsroman vermomt als brief waarin de schrijver verslag doet over zijn leven in Genua aan een denkbeeldige vriend in Nederland. Het is een tragisch liefdesverhaal, een beklijvende zoektocht vol verlangens naar geluk en het vinden van je ware identiteit en bovenal is het een ode aan de verbeelding en de stad Genua die volgens het motto 'A Zena a prende ma a non rende' enkel neemt maar niets geeft. De verteller van de roman begeeft zich in een Italiaans labyrint dat hem op alle mogelijke manieren intrigeert, verrast en tot slot ook teleurstelt. En dat is ook exact wat de schrijver met ons als lezer doet: hij intrigeert ons, verrast ons maar laat ons ook hangen in een teleurstelling met een einde dat minder rooskleurig en hoopvol is dan we verwacht hadden.

Het verhaal speelt zich af in La Superba, het is het historisch centrum en de bijnaam van Genua wat ook 'de hoogmoedige' betekent. De stad vormt als onvoorspelbaar doolhof het decor van dit verhaal waar zowel de ik-persoon als alle personages in het verhaal in ronddwalen en vaak ook verdwalen. De ik-persoon immigreert naar de stad vol hoop op een ander leven en laat zich verrassen door de dagelijkse verhalen die de stad hem te bieden heeft. Hij houdt zich als verdwaalde maar leergierige toerist bezig met het bestuderen en vooral imiteren van de Italiaanse gewoontes en stadstaferelen om zo een te worden met de stad, en ontdekt zo na verloop van tijd ook de duistere waarheid en ware identiteit van La Superba achter de façade van pracht en praal. Zo doorprikt hij de rooskleurige bubbel van verbeelding waardoor hij de rauwe realiteit waarin hij al die tijd blindelings vertoefde, gewaarwordt. La Superba is een stad waar je op het eerste gezicht meteen verliefd op wordt en de ik-persoon aan het begin nog omschrijft als 'een schitterend decorstuk van hoge palazzi in een kom van bergen, die mooi en hardvochtig, aanlokkelijk en overmoedig is'. Toch laat ook de stad hem uiteindelijk  gedesillusioneerd, geplunderd en met een gebroken hart achter.

De fantasie en de desillusie waarin de ik-persoon leeft, vormt een grote rol in het boek, wat voor het autofictionele karakter van het verhaal zorgt. Zo overschrijdt de schrijver, die enorm veel gelijkenissen vertoont met de ik-persoon en verteller Leonardo, ook een schrijver die is geëmigreerd naar Genua, continue de grens tussen feitelijkheid en fictionaliteit. Je moet er met je hoofd bijblijven om de grens tussen waarheid en fictie te herkennen die de schrijver constant op een vernuftige manier dwars door elkaar laat lopen. Door de vele gedetailleerde en uitvoerige beschrijvingen over de stad die geografisch correct zijn en de constante autobiografische verwarring die de schrijver veroorzaakt door de ik-persoon bijna volledig te laten overlappen met zichzelf, geraken we verstrikt in een complex en verrassend spel tussen fictie en werkelijkheid. Toch vormt de detaillering en feitelijke nauwkeurigheid van zowel de beschrijvingen over de stad als het bijna autobiografische karakter van het hoofdpersonage, geen waterdichte weergave van de realiteit en versterkt het net de fictionele kant van heel de roman. Daarnaast speelt de auteur en de ik-persoon ook continue met de metafictionaliteit in het boek, waar volgende passage een duidelijk voorbeeld van is: 'Een van de centrale thema's zal toch moeten worden dat verschillende personages, waaronder de ik-figuur, op verschillende manieren verdwalen in hun fantasie van een nieuw en beter leven, zoals toeristen verdwalen in het labyrint van steegjes. Door mijn eigen fantasieën de vrije loop te laten of zo nodig zelfs te overdrijven, onderstreep ik die thematiek. Het zou mooi zijn als daar nog iets bij kwam. Als het zelfbewuste machismo van de ik-figuur in zulke passages in contrast zou staan met iets anders, bijvoorbeeld met de toenemende verwijfdheid van een ander personage die tot zijn ondergang zal leiden. Zo'n personage moet ik nog tegenkomen. Of misschien moet ik hem verzinnen.' Tot slot blijft Leonardo ons als lezer ook constant herinneren dat er nooit een roman zal ontstaan uit de notities en brieven die hij schrijft over de stad, wat paradoxaal genoeg wel is gebeurd door de schrijver van het boek.

Het dwaalspoor dat zowel de schrijver als wij als lezer volgen tussen fictie en realiteit en die de spiegel van het leven vormen, is dan ook geen toevallige troef die de auteur speelt. Want zo vormt het verdwalen in verlangens en vooral in verbeelding als een van de belangrijkste, literaire motieven in het verhaal, de verbindende factor tussen alle personages en alle verhaallijnen in het boek. Daar waar je in de niet-chronologische vertelling tijdens de drie delen: 'Het mooiste meisje van Genua', 'Het theater elders' 'Het mooiste meisje van Genua' en de twee intermezzi: 'We all live in a yellow submarine' en 'Fatou yo, als lezer nog denkt dat de verschillende verhaallijnen en de verzameling van losstaande anekdotes en impressies van de schrijver over de stad willekeurig zijn, zorgt hij er op een subtiele maar indrukwekkende manier voor dat alle verhalen samenkomen in eenzelfde doel: het vervullen van de droom over een beter leven ergens anders. Zo komt Leonardo tijdens zijn ontrafeling van de stad verschillende immigranten tegen die zijn aandacht trekken en wiens verhalen hem enorm boeien. Wanneer hij na de ontmoeting met Rashid, de Marokkaanse rozenverkoper, Djibi, de Senegalese bootvluchteling en Don, de Engelse professor die altijd dronken is, ontdekt dat ze allemaal verdwaald zijn in hun eigen fictie door het verlangen naar een betere plek en een beter leven, beseft hij, dat ook hijzelf als luxe-immigrant gedoemd is om te blijven hangen in verbeelding om de realiteit te verbloemen en zoals hij zelf aanhaalt 'niemand van ons de moed heeft om als eerste toe te geven dat het een sprookje is.'

Naast het complex spel tussen verbeelding en werkelijkheid, het schrijverschap en de zoektocht naar een beter leven ergens anders, wat leidt tot het migratiemotief, geven er nog enkele andere waardevolle motieven vorm aan het boek. Zo spelen de zoektocht naar de eigen identiteit, die benadrukt wordt door de terugkerende figuurlijke en letterlijke spiegels die de ik-persoon worden voorgehouden, en het onbeantwoorde verlangen en seksualiteit ook een prominente rol in het boek. Maar ook de moeizame relaties die de ik-persoon aangaat met verschillende personen waarvan de ene betekenisvoller is dan de andere spelen mee. Zo ontmoet Leondardo, die bijna onrespectvol en onverschillig tegenover vrouwen staat en ze dagelijks vanuit een stereotiep beeld probeert te kaderen, Monia, Inge en het mooiste meisje van Genua. Bij Monia, een vrouw van middelbare leeftijd met wie hij in ruil voor seks geld hoopt te krijgen voor de koop van het theater, en Inge, waar hij eigenlijk enkel maar van walgt, voelt hij niet wat hij bij het meisje mooiste meisje van Genua voelt. Zo valt zij buiten elke categorie van vrouwen en is zoals hij zo mooi verwoordt ' gemaakt van ander spul dan meisjes: hetzelfde spul waarvan glimlachjes zijn gemaakt, ontroering en zomerdagen.' 'Zij is een sprookje. Zij was La Superba. En zij was de fantasie waarin ik steeds meer ben verdwaald.' Dit meisje, die in het boek geen naam krijgt maar waarvan we wel weten dat ze werkt in de bar met spiegels, speelt naar mijn gevoel de belangrijkste rol in het boek. Zo vormt zij de weerspiegeling van Leonardo's verlangen, identiteit, en het geheim dat hij niet kan ontrafelen, wat ook de stad voor hem is.

De niet-chronologische structuur waarin de focus op Leonardo en de andere personages door de verschillende verhaallijnen en fictie en realiteit continue worden afgewisseld, zorgen voor een interessant maar vooral onvoorspelbaar verhaalverloop. Ook de constante vraag die we ons als lezer stellen in hoeverre het een autobiografisch verhaal voorziet het verhaal van een blijvende spanning. We blijven als lezer verrast worden doordat de schrijver speelt met onze verwachtingen doordat hij niet vies is van absurdistische verhaalwendingen, veranderende vertelstijlen waarin hij ons blijft voorzien van metacommentaar. Daarnaast loopt het verhaal over van symbolische overpeinzingen, losse anekdotes, herinneringen en onbeduidende passages waarvan we vaak niet weten wanneer ze zich afspelen en of ze verzonnen zijn of niet. 

Dit is het eerste en zeker niet het laatste boek dat ik van deze woordenkunstenaar heb gelezen. Pfeijffer is een krak in het neerzetten van realistische personages die bijna tot leven komen, in het beeldend beschrijven van een stad die ook hem duidelijk blijft verrassen en in het neerpennen van absurde, humoristische en over-geanalyseerde hersenkronkels. Het verhaal is ironisch, soms lichtvoetig, geschreven en bevat naast de soms gekunstelde nonchalance en de expliciete, vaak erotische en zelfs ranzige, passages ook weldoordachte metaforen die het verhaal voorzien van een poëtische gelaagdheid, vorm, kleur en geur. Hij slaagt erin om met zijn weloverwogen woorden de stad, en vooral de stad achter de façade,  die hem zo intrigeert tot leven te wekken en ons te gidsen door een duister maar fascinerend labyrint van geheimen en indrukken. Zijn losse, parmantige en dynamische schrijfstijl en zijn zelfbewuste personages zorgen ervoor dat we betrokken blijven met hem, de andere personages en het verhaal in het algemeen. Onbeduidende anekdotes en vage dialogen zijn nooit willekeurig en vormen telkens, hoe klein en nietig ze ook lijken, een grote meerwaarde voor het verhaal. Naast zijn gedetailleerde beschrijvingen van de straten van Genua en zijn geestige, smeuïge, en gedramatiseerde vertelsels over zijn eigen gewaarwordingen van de stad, schuilt er ook een ware romanticus in hem die de lezer een kijk in zijn vreemde gedachtegang maar ook zijn fragiel hart gunt. Tot slot was het sterk dat hij naast de wisselende fictie en de sterke aandacht voor meta- en autofictionaliteit en verbeelding ook oog had voor actualiteit en historiciteit door het opnemen van de vluchtelingenproblematiek en de pest in de middeleeuwen.

bronnen

De Stichting Literatuur Prijs. (z.d.). Ilja Leonard Pfeijffer - La Superba. https://www.librisprijs.nl/. Geraadpleegd op 25 juni 2022, van https://www.librisprijs.nl/ilja-leonard-pfeijffer-la-superba

Demedts, N. (2016, juni). Het ik in het spiegelkabinet: La Superba van Ilja Pfeijffer als autofictie. https://docplayer.nl/56707067-Het-ik-in-het-spiegelkabinet.html 

Vervaeck, B. (2013, 21 december). Pygmalion in de spiegel. De Reactor. Geraadpleegd op 25 juni 2022, van https://www.dereactor.org/teksten/pygmalion-in-de-spiegel

© 2022 literatuurblog van Jitte. Alle rechten voorbehouden.
Mogelijk gemaakt door Webnode
Maak een gratis website. Deze website werd gemaakt met Webnode. Maak jouw eigen website vandaag nog gratis! Begin