Jonkvrouw
Pat van Beirs & Jean-Claude van Rijckeghem

In deze historische jeugdroman word je meegenomen naar het middeleeuwse Brugge waar je het verhaal van de onstuimige maar vooral zelfbewuste jonkvrouw Marguerite van Male volgt. Zij is de enige dochter en erfgename van de graaf van Vlaanderen en hertogin van Brabant. In 1361, wanneer Marguerite veertien jaar is, blikt ze terug op haar verleden en vertelt ze in haar eigen woorden over haar avonturen als jonkvrouw en over de interessante personen waarmee ze dagelijks in contact komt. We volgen als lezer van op de eerste rij hoe Marguerite zich naast het leren van kantklossen en het bespelen van harp vooral bezig houdt met het stiekem volgen van schermlessen en het uithalen van kwajongensstreken met de schildknapen op het domein. Maar ook krijgen we toegang tot haar diepste gevoelens en gedachten, dromen en verlangens en krijgen we meer inzicht in hoe ze zich als jong meisje ontwikkelt tot een krachtige jongedame met een eigen stem en een eigen verhaal.
Het verhaal speelt zich af in het veertiende-eeuwse Vlaanderen, waar bekende Belgische steden zoals Gent en Brugge een grote geografische rol spelen.
Als ik kijk naar het grondmotief van het boek vond ik dat het vooral ging over het leren zwemmen tegen de stroom in en over de zoektocht en ontwikkeling van een eigen stem en een eigen wil in een tijdsgeest waarin macht, hiërarchie en aanzien de bovenhand nemen. Het jonge vrouwelijke hoofdpersonage, met een mooie status als erfgename van Vlaanderen, strijd tegen de verwachtingen van haar, vooral mannelijke, omgeving, met de nadruk op haar vader. In die constante machtsstrijd zet ze zichzelf continue in moeilijke bijna onmogelijke situaties. Toch vind ze telkens de kracht om zichzelf te redden en het is net die kracht die haar op elk vlak sterker maakt en die haar laat groeien tot een waardevolle, zelfbewuste en standvastige jongedame, iets wat loodrecht staat op wat een vrouw in die tijd mocht zijn. Want het stiekem volgen van schermlessen staat naar mijn gevoel vooral symbool voor de fysieke kracht die bij Marguerite, net omdat ze jong is en een vrouw, niet in balans is met haar mentale kracht, die wel erg sterk is. Daarnaast speelt is de moeizame maar krachtige vader-dochterrelatie ook een belangrijk motief in dit boek. Haar bloedeigen vader, iemand die haar zou moeten steunen tijdens elke stap die ze zet en elke beslissing die ze maakt, naar haar zou moeten luisteren en haar zou moeten opvoeden met trots, is in Marguerites levensverhaal de antagonist die er paradoxaal genoeg voor zorgt dat zij net opgroeit tot die krachtige, vastberaden vrouw, waarin hij niet gelooft. Het is magnetisch spel en het is net het conflict tussen de twee dat haar doet beseffen dat wie ze is en wil zijn niet dezelfde persoon is dan wie haar vader wil dat ze is. Maar hoe hard Marguerite haar vader ook haat en hoe ver ze ook van hem verwijderd wil zijn, hoe meer ze ook beseft dat ze de gelijkenissen tussen haar en haar vader niet kan wegsteken en dat ze eigenlijk meer op hem lijkt dan ze ooit zou durven toegeven. In dit verhaal staan macht en machteloosheid, standvastigheid en overgave maar vooral miskenning en erkenning en haat en liefde loodrecht op elkaar.
Dit boek heeft eerder al eens mijn kinderhart gestolen waardoor het niet moeilijk was hem nog eens open te slaan. Ik denk dat ik mij nu gek genoeg meer kan identificeren met de veertienjarige Marguerite dan toen ik twaalf jaar was. En toch zijn er zaken, zoals het zoeken naar een eigen 'ik', die toen voor mij ook al een erg waardevolle rol speelden. Wel besef ik nu meer de feministische laag in het verhaal, iets wat mij minder opviel als kind en mij nu een extra dimensie gaven tijdens het lezen. Want het is net de rol van Marguerite als meisje en haar strijd als vrouw in een mannenwereld die voor de interessante en vooral moraliserende verhaallijn zorgt. Verander haar geslacht en er was geen boek of toch zeker niet zo'n spannend en boeiend verhaal. Want het is telkens een man die haar verliefd laat worden, verdriet doet, respect verwacht, haar leert vechten en haar haat leert voelen, eigenschappen die Marguerite, en eender welk jong individu, nodig heeft om te groeien en tot de volwassenwereld toe te treden.

Als ik kijk naar de vertelstijl is het duidelijk dat het boek geschreven is door twee scenarioschrijvers, want soms leek of ik een script aan het lezen was door de filmische schrijfstijl waarmee de auteurs de Vlaamse middeleeuwen tot leven konden wekken. Zo werden de verschillende personages zoals bijvoorbeeld de gouvernantes of de gildemeesters maar ook de kerkelijke invloed, het bijgeloof, de levensechte vechtscènes en de onvermijdelijke pest ultra-realistisch beschreven wat voor een interessant historisch niveau in het verhaal en een boeiende overlapping tussen fictie en realiteit zorgde. Maar naast de heerlijk gedetailleerde, geschiedkundige omschrijvingen van personages, plekken en middeleeuwse manieren die mijn leesbeleving positief beïnvloedden, zat het boek ook vol met op-en-neergaande spanningsbogen en hartstochtelijke, pijnlijke maar vooral eerlijke dialogen en passages die mij erg hard intrigeerden. Want buiten soms iets te platte beschrijvingen die voor een grote portie humor zorgden, konden sommige beschreven gevoelens zoals het verdriet van Marguerite door het gemis van haar moeder en de haat van Marguerite voor haar vader mij kippenvel bezorgen. Ik leefde, net zoals ik deed als twaalfjarige meisje, enorm mee met haar en ze was en is in mijn ogen voor vele meisjes én jongens die worstelen met het zoeken en luiden van hun eigen stem, een moedige heldin waar we veel van kunnen leren. Want het is net door de pijnlijke situaties waarin ze keer op keer verstrengeld geraakt dat ze ons als lezer toont hoe moeilijk maar ook hoe noodzakelijk het is om tot jezelf te leren kennen en te luisteren naar wie je wil zijn om te overleven. Een waarde die in de middeleeuwen even belangrijk is als nu en die tijd overstijgt.
"Het is bijna nacht. Nog even en de poorten van de stad worden gesloten tot de volgende ochtend. We zijn net op tijd de stad uit. We rijden in volle glop naar Male. We minderen geen enkele keer vaart. We zien de torens van Male voor ons verschijnen. We hijgen nog na. 'Het spijt me zo,' zeg ik terwijl onze schuimende paarden vaart minderen, 'ik had mezelf niet mogen verliezen. 'Integendeel, vrouwe Marguerite,' zegt hij, 'u bent mooi als u zichzelf verliest.' Hij lacht zijn tanden bloot. Het is best spectaculair. Hij heeft ze nog allemaal en ze zijn allemaal wit. Hij wil me zoenen, maar ik geef mijn paard de sporen. Ik scheur over de ophaalbrug van Male." (P.170)
"Ik probeer me van zijn borst af te duwen, maar alle kracht lijkt uit mijn armen te zijn weggesijpeld. 'Ik ben verloren,' prevel ik en ik hoest speeksel en stukjes braaksel op. 'Ik moet aan mijn reputatie denken, dochter,' knarst mijn vader. 'Het is al erg genoeg dat je mijn schouder hebt verziekt.' 'Eigen schuld,' prevel ik koortsig. Mijn rechterhand klemt zicht vast aan de tuniek van mijn vader. Heel even lijk ik achterover de vallen. Maar ik houd me vast. Mijn hand laat zijn tuniek niet los. 'Er is zoveel vuur en zoveel leven in jou,' verbijt hij zijn pijn. 'Gooi het niet weg. Pak je leven vast. Ik zeg niet dat het gemakkelijk zal zijn. Er zal ziekte, dood en oorlog zijn. Maar er zal ook schoonheid zijn. Hoe dan ook.' Dan val ik in een oceaan van zwart. Mijn vuist heeft zich in zijn tuniek begraven. Ik hoop de stof scheuren. Dan is er niets meer." (P.258)