Het Grote Misschien
John Green
John Green

Miles Halter, alias prop, een schuchtere jongeman die naast het bestuderen van de laatste woorden van beroemdheden weinig spannends meemaakt in zijn leven, ruilt zijn eentoninge wereldje in voor een nieuw, opwindend avontuur op de kostschool Culver Creek. Daar wordt hij bevriend met een buitengewoon trio bestaande uit de Kolonel, Takumi en Alaska die allen een hekel hebben aan de doordeweekers, de rijke scholieren en aan het gezag van de norse Adelaar. Tijdens zijn eerste jaar belandt Miles door zijn nieuwe, eigenaardige maar vooral bijzondere vrienden in een rollercoaster van belevenissen en ervaart hij een enorme levenskentering. Zo leert hij niet enkel om coole stunts uit te halen, stiekem sigaretten te roken onder de douche en zich seksueel te ontwikkelen, maar ook gaat hij, geïnspireerd door de laatste woorden van de Middeleeuwse dichter Rabelais, op zoek naar 'het grote misschien', een mysterieus vraagstuk waarbij de enigmatische, onvoorspelbare Alaska op wie Miles smoorverliefd wordt, misschien kan helpen.
Het verhaal situeert zich in het heden en speelt zich voornamelijk af op Culver Creek, een kostschool in Alabama.
Deze coming-of-age roman is een ode aan anarchisme, aan roekeloos gedrag en aan jong, verdwaald en verliefd zijn, maar ook aan de muur waar we allen eens tegen (moeten) lopen, aan het ondraaglijke verlangen naar het onbereikbare en het durven loslaten van kwellende schuldgevoelens en vraagstukken die beginnen met 'Wat als'. Het boek is een bron van wijze levenslessen en filosofische kwinkslagen die gaan over thema's zoals de zoektocht naar jezelf en naar betekenis en zingeving, over de kracht van ware liefde en vriendschap en over de ontreddering, hoop en verbinding tijdens het verwerken van een groot verlies.
Alle motieven, hoe klein en nietig sommige ook lijken, zijn boodschappen die de lezer de kans geven om tot inzicht te komen, dieper te graven en zelf te zoeken naar een antwoord op enkele grote levensbelangrijke vraagstukken. Zo draait het volledige boek rond de zoektocht van Miles naar iets groots, iets interessants en iets ongekend. Het wijst hem op het doolhof waar hij, en wij allen wel eens, in vastzitten en uit willen geraken, maar waarin hij ook door de vele beproevingen die hij in het labyrint tegenkomt, leert wat het leven écht voor hem in petto heeft. Doorheen die zoektocht beseft hij dat hij niet echt exact weet waarnaar hij op zoek is, waardoor hij inziet dat het Grote Misschien geen exact, eenduidig vraagstuk is met een concreet antwoord, maar dat het een optelling is van allerlei puzzelstukjes die in elkaar klikken en die het leven draaglijk maar vooral betekenisvol te maken.
Zo is er één moment waarin Miles beschrijft dat het Grote Misschien er is, een moment zoals alle andere maar voor hem duidelijk extra van belang. Zo zegt hij: 'We liepen daar met z'n vijven zelfverzekerd naast elkaar, en ik had me nog nooit zo stoer gevoeld. Het Grote Misschien was hier en nu, en we waren onoverwinnelijk. Het plan had zwakke plekken, maar wij niet.' Dit beschrijft heel mooi hoe de zwaarte en intensiteit van de levenslange zoektocht naar betekenis, soms vervat zit in de kleinste, soms meest subtiele momenten van geluk en triompf, van erkenning en bevestiging en vooral van lief te hebben en geliefd te zijn. Maar ook op de meest kwetsbare momenten waarop je denkt de grip te verliezen, momenten van onzekerheid en onmacht, woede en emotionele verstrengeling schuilt er 'iets' mooi, 'iets' groots, 'iets' dat 'iets' anders in gang zet. Want naast de schoonheid van de onvoorwaardelijke vriendschappen die Miles op korte tijd opbouwt op Culver Creek, is het vooral de ondoorgrondbare, verwoestende, Alaska die hem compleet veranderde en hem de weg uit het Labyrint wees.

Het Grote Misschien is een van die boeken op mijn leeslijst die, net zoals 'Wat ik was' en 'De geur van Melisse', een plek heeft in mijn tienerhart en die mij nu, na het nog eens te hebben gelezen, opnieuw niet meer wil lossen. Het is in se een eenvoudig plot waarin realistische personages in een herkenbaar kader bewegen en een aaneenschakeling van absurde, spannende en intieme momenten beleven. Ondanks dat het boek een trage opbouw heeft en weinig actie bevat, geraakte ik tijdens het lezen nooit verveeld. Integendeel. Ik had het gevoel dat mijn hoofd continue aan het mee tollen was door de uitvoerig beschreven en vooral evocatieve gedachtegang van Miles en zijn analytische beschouwingen van de wereld, waardoor ik onbewust samen met hem opzoek ging naar antwoorden en naar een uitweg.
Zo schuilde er onder de luchtige eenvoud van het verhaal, enorm veel dubbele bodems en open plekken en is het boek sterk gelaagd door de vele filosofische enigma's en gesofisticeerde kwesties die je aan het denken zetten. En dat is wat voor mij het boek maakt: de eenzijdige, herkenbare situaties die plaats maken voor de veelzijdige, symbolische raadsels. Want zo maakten de stunts die als dynamische verhaalmotieven voornamelijk in het eerste deel terugkomen, en die voor mij eerder verwaarloosbaar waren, (mentale) ruimte voor een storm van emoties die na de langzame maar meeslepende verhaalopbouw aan het einde losbarsten na de bijzondere climax.
Vervolgens begreep ik tijdens het lezen van John Green waarom hij, als gerenommeerd young adult schrijver, zo goed in de smaak valt bij adolescenten en kan ik met veel overtuiging zeggen dat de hype die enkele jaren geleden ontstond bij het publiceren van 'The Fault in our stars', alles behalve overdreven was, want ook ik kan zijn schrijfstijl enorm waarderen. Zo plaatst deze veelbekroonde bestsellerauteur op een associatieve, filosofische en humoristische manier sympathieke en eigenzinnige personages, die alles behalve typetjes zijn, in een moderne tijdsetting en verwerkt hij herkenbare, realistische thema's zoals liefde, vriendschap, zelfontplooiing maar ook verlies en verdriet op een toegankelijke manier, waardoor de lezer niets anders kan dan zich te identificeren en zelf na te denken over het leven en de zingeving van het bestaan. Daarnaast creëert hij door de weloverwogen afwisseling tussen intellectuele dialogen en nutteloze gesprekken, spannende gebeurtenissen en irrelevante passages, filosofische overpeinzingen en puberale hersenkronkels, en weinig betekenende, intieme scènes en hartstochtelijke verlangens, het perfecte recept voor een boeiende adolescentenroman.
Wat ik tot slot ook heel interessant vond was dat de auteur zich voor dit boek liet inspireren door zijn eigen interesse voor de laatste woorden van beroemdheden en hij zijn eigen belevenissen en ervaringen uit zijn tijd als student op een kostschool in Alabama gebruikte als uitgangspunt. Wat voor mij nog ook een grote meerwaarde vormde, was dat de filosofische lagen in het boek een sterke basis hadden en dus niet door gebrek aan een fundamentele bodem melig of betekenisloos werden. Zo krijgen we samen met Miles door de godsdienstlessen van de oude man genaamd Dr. Hyde meer inzichten en wijsheden over het leven en over hoe verschillende godsdiensten een antwoord zoeken op levensvragen. Daarnaast was het ook niet zo gek dat Dr. Hyde zo'n belangrijke rol kreeg in het boek als je weet dat John Green zelf enorm gefascineerd is door de verschillende wereldgodsdiensten en hij zelfs godsdienstwetenschappen studeerde.
Samenvattend vind ik dit een ontroerend en doorvoeld boek dat mij opnieuw achterover liet vallen door de simplistische schoonheid van een intens verhaal. Het heeft zich weer subtiel in mij vastgezet en het zoete gevoel van weemoed en de complexiteit van de onoplosbare vraagstukken zinderden nog even na. Ook al blijven de vragen-zonder-antwoord onbeantwoord, ik bleef niet met een leegte achter, maar zwijgend en met een glimlach, voldaan door de open plekken die ik voor mezelf mag invullen.
"Nee,zei ze, en ik wist eerst niet of ze mijn van zoenen bezeten gedachten las of hardop op zichzelf reageerde. Ze keerde me haar rug toe en zei toen zacht, misschien wel tegen zichzelf: "Jezus, ik ga niet zo iemand worden die het er altijd maar over heeft wat hij gaat doen. Ik ga het gewoon doen. Je de toekomst voorstellen is een soort nostalgie.
'Huh?' vroeg ik.
'Je zit je hele leven in het labyrint vast, overdenkend hoe je er ooit uit zult ontsnappen, en hoe geweldig dat zal zijn, en dat beeld van de toekomst houdt je op de been, maar je doet het nooit. Je gebruikt de toekomst alleen maar om aan het heden te ontsnappen. Dat klonk wel zinnig, dacht ik. Ik had me het leven op Culver Creek wat opwindender voorgesteld dan het was - in werkelijkheid bestond het uit meer huiswerk dan avontuur - maar als ik me dat niet had voorgesteld, zou ik helemaal niet op de Creek terechtgekomen zijn. Ze keek weer naar de tv, reclame voor een auto inmiddels, en maakte een grapje: dat het Blauwe Wrak zijn eigen reclamespot zou moeten hebben. Met de stem van de voiceover uit een reclamespot, diep en vol passie, zei ze: 'Hij is klein, hij is langzaam en hij is een ramp, maar hij rijdt. Soms. Het Blauwe Wrak: vraag ernaar bij uw plaatselijke tweedehandsautodealer?Maar ik wilde doorgaan over haar en Vine Station en de toekomst. 'Soms vat ik jou niet, zei ik. Ze keek me niet eens aan. Ze glimlachte alleen maar in de richting van de televisie en zei: "Je vat me nooit. Daar gaat het nou net om."" (P.48)
"Ik draaide mijn hoofd en keek naar haar blauwe plastic stoeltje op zijn zijkant. Ik vroeg me af of er ooit een dag zou komen waarop ik niet aan Alaska dacht, en of ik moest hopen op een tijd waarin ze een vage herinnering zou zijn, die alleen op haar sterfdag bovenkwam, of een paar weken erna misschien, zodat ik pas aan haar dacht nadat ik haar vergeten was. Ik wist dat ik meer overledenen zou gaan kennen. Het aantal doden neemt toe. Had ik genoeg ruimte in mijn geheugen voor elk van hen, of zou ik de rest van mijn leven elke dag een stukje Alaska vergeten? Eerder in het jaar was ik een keer met haar naar het Rookhol gelopen, en toen was ze met haar teenslippers nog aan in de beek gesprongen. Goed oplettend waar ze haar voeten neerzette op de bemoste stenen, liep ze naar de overkant om een doorweekte stok van de andere oever te pakken. Terwijl ik op het beton zat en mijn voeten boven het water liet bungelen, keerde zij stenen om met de stok en wees naar de wegschietende rivierkreeftjes. Je kookt ze en dan zuig je de koppen leeg, zei ze opgewonden. "Daar zit het allerlekkerste: in de kop? Ze had me alles geleerd wat ik over rivierkreeftjes en zoenen en roze wijn en poëzie wist. Ze had me anders gemaakt. Ik stak een sigaret op en spuugde in de beek. 'Je kunt me niet zomaar even anders maken en dan weggaan, zei ik hardop tegen haar. 'Want eerst ging alles prima met me, Alaska. Het ging prima met alleen mij en laatste woorden en schoolvrienden, en je kunt me niet zomaar even anders maken en dan doodgaan. Want zij had het Grote Misschien belichaamd; zij had me laten zien dat het de moeite waard was mijn alledaagse leven achter me te laten voor grootsere misschiens, en nu was zij weg en met haar ook mijn geloof in misschiens. " (P.206)